Algemene voorwaarden

Waarom?

Als zelfstandig ondernemer of eenmanszaak bent u niet verplicht om Algemene Voorwaarden te hanteren, maar het is wel handig. Ze geven u zekerheid. Want u heeft de wederzijdse rechten en plichten vastgelegd en u verwijst simpelweg naar de Algemene Voorwaarden.
Heel wat kleinere ondernemingen (en met name zelfstandigen) werken zonder Algemene Voorwaarden. Dit terwijl zij juist kwetsbaar en afhankelijk (van bepaalde inkomstenbronnen en leveringen) zijn.
U moet zich als ondernemer daarom bedenken, dat u in het geval van een geschil wettelijk geen poot heeft om op te staan wanneer u geen Algemene Voorwaarden heeft, of dat deze niet op orde zijn. Het is zodoende voor iedereen die een eigen bedrijf heeft, verstandig om Algemene Voorwaarden op te stellen en te hanteren.

Wat zijn algemene voorwaarden eigenlijk?

Maar "wat zijn Algemene Voorwaarden eigenlijk?" Zo hoor je menig zelfstandige regelmatig vragen. Als eenmanszaak bent u immers niet verplicht om Algemene Voorwaarden te hanteren, wel kan het u zogezegd een hoop ellende besparen. U hoeft bovendien niet bij elke overeenkomst te onderhandelen over de voorwaarden, die staan vast en daar gaat de tegenpartij vóór de overeenkomst akkoord mee. U kunt dus simpelweg besluiten om bepaalde regels standaard te laten gelden bij opdrachten (contracten) die u afsluit en dat zijn uw "Algemene Voorwaarden". In deze Algemene Voorwaarden legt u de wederzijdse rechten en verplichtingen zo duidelijk en volledig mogelijk vast. Hiermee kan u conflicten voorkomen en staat u in het geval van een conflict (juridisch) sterk.

Opstellen van Algemene Voorwaarden

Wanneer u wilt beginnen met het opstellen van uw Algemene Voorwaarden, zijn er enkele instanties die u hierbij een handje kunnen helpen, denk aan uw branchevereniging (als u daar tenminste onderdeel van bent). Voor de doe-het-zelvers onder ons, zijn er ook alternatieve routes. Zo heeft de KvK enige handvatten gegeven op haar website.

Er zijn echter wel twee eisen die de wet stelt aan de Algemene Voorwaarden:

  • Redelijke mogelijkheid

De wederpartij moet van u een redelijke mogelijkheid krijgen om kennis te nemen van de Algemene Voorwaarden (de zogenoemde informatieplicht).
Dit wil zeggen, dat de tegenpartij moet instemmen met uw Algemene Voorwaarden. Het is dus zaak, dat de tegenpartij ten allen tijde inzicht heeft gehad (heeft kunnen hebben) in de door u gestelde Algemene Voorwaarden. Veel ondernemingen lossen dit op, door de Algemene Voorwaarden (met een verwijzing) standaard te vermelden op offertes, contracten en website.

  • Onredelijk bezwarend

De inhoud van uw Algemene Voorwaarden mag niet onredelijk bezwarend zijn voor de wederpartij.
Bij het opstellen van uw Algemene Voorwaarden, moet u zich ook bewust zijn van de zogenoemde wettelijk vastgelegde zwarte en grijze lijst. Op de zwarte lijst staan zaken die verboden zijn om op te nemen in uw Algemene Voorwaarden. Daarnaast is op deze pagina ook een grijze lijst vermeld, dit zijn zaken die door het gerecht als "onredelijk bezwarend" kunnen worden geïnterpreteerd. Het is wijsheid, om u verre te houden van Algemene Voorwaarden die raakvlakken hebben met deze regels.
Terug naar boven 

Welke zaken neem ik mee in mijn Algemene Voorwaarden?

De Algemene Voorwaarden die u opstelt dienen aan te sluiten bij de feitelijke gang van zaken binnen uw bedrijf en/ of uw branche, het is daarom helemaal niet vreemd om in dit opzicht de kunst van anderen af te kijken, de KvK-site aan te wenden, of contact op te nemen met uw brancheorganisatie. Zaken die in de Algemene Voorwaarden aan de kaak kunnen worden gesteld zijn:

  • Offerte (vrijblijvend of niet, termijn voor aanvaarding)
  • Transport (wie betaalt transport, verzekering, invoerrechten)
  • Levertijd (overmacht)
  • Betaling (betalingstermijn, incassokosten, rente)
  • Eigendomsvoorbehoud (eigendom gaat pas over na betaling)
  • Garantie (zo ja, onder welke voorwaarden)
  • Afwikkeling van geschillen (rechter of arbitrage)
  • Aansprakelijkheid (beperking, hoogte schadevergoeding)

U doet er te allen tijde verstandig aan, om de door u opgestelde Algemene Voorwaarden te laten controleren door een juridisch adviseur. Dit om te voorkomen dat één van de twee regels of die van redelijkheid en billijkheid zijn overschreden.
Terug naar boven

Algemene Voorwaarden deponeren of niet?

Wanneer u de Algemene Voorwaarden heeft opgesteld, volgens de algemene basisregels en de regels die gesteld zijn op de zwarte en grijze lijst en deze (eventueel) heeft laten controleren door een juridisch adviseur, is het tijd om uw Algemene Voorwaarden deponeren bij de KvK of de Griffier van de rechtbank.

Het is echter geen verplichting maar deponeren van de Algemene Voorwaarden wordt aangeraden, het heeft namelijk als voordeel, dat u sterker staat in het geval van een conflict. Dat ze zijn gedeponeerd is namelijk ook een bewijs dat u tussentijds niets in de tekst van de Algemene Voorwaarden heeft gewijzigd.
Aan het deponeren van de Algemene Voorwaarden bij de KvK zijn wel kosten aan verbonden.
Terug naar boven

Zwarte lijst (artikel 236, BW6)

Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt als onredelijk bezwarend aangemerkt een in de Algemene Voorwaarden voorkomend beding:

A. dat de wederpartij geheel en onvoorwaardelijk het recht ontneemt de door de gebruiker toegezegde prestatie op te eisen;
B. dat de aan de wederpartij toekomende bevoegdheid tot ontbinding, zoals deze in afdeling 5 van titel 5 is geregeld, uitsluit of beperkt;
C. dat een de wederpartij volgens de wet toekomende bevoegdheid tot opschorting van de nakoming uitsluit of beperkt of de gebruiker een verdergaande bevoegdheid tot opschorting verleent dan hem volgens de wet toekomt;
D. dat de beoordeling van de vraag of de gebruiker in de nakoming van een of meer van zijn verbintenissen is te kort geschoten aan hem zelf overlaat, of dat de uitoefening van de rechten die de wederpartij ter zake van een zodanige tekortkoming volgens de wet toekomen, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat deze eerst een derde in rechte heeft aangesproken;
E. krachtens hetwelk de wederpartij aan de gebruiker bij voorbaat toestemming verleent zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen op een der in afdeling 3 van titel 2 bedoelde wijzen op een derde te doen overgaan, tenzij de wederpartij te allen tijde de bevoegdheid heeft de overeenkomst te ontbinden, of de gebruiker jegens de wederpartij aansprakelijk is voor de nakoming door de derde, of de overgang plaatsvindt in verband met de overdracht van een onderneming waartoe zowel die verplichtingen als de daartegenover bedongen rechten behoren;
F. dat voor het geval uit de overeenkomst voor de gebruiker voortvloeiende rechten op een derde overgaan, ertoe strekt bevoegdheden of verweermiddelen die de wederpartij volgens de wet jegens die derde zou kunnen doen gelden, uit te sluiten of te beperken;
G. dat een wettelijke verjaring- of vervaltermijn waarbinnen de wederpartij enig recht moet geldend maken, tot een verjaring- onderscheidenlijk vervaltermijn van minder dan een jaar verkort;
H. dat voor het geval bij de uitvoering van de overeenkomst schade aan een derde wordt toegebracht door de gebruiker of door een persoon of zaak waarvoor deze aansprakelijk is, de wederpartij verplicht deze schade hetzij aan de derde te vergoeden, hetzij in haar verhouding tot de gebruiker voor een groter deel te dragen dan waartoe zij volgens de wet verplicht zou zijn;
I. dat de gebruiker de bevoegdheid geeft de door hem bedongen prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden;
J. dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken, elektriciteit daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing van meer dan een jaar;
K. dat de bevoegdheid van de wederpartij om bewijs te leveren uitsluit of beperkt, of dat de uit de wet voortvloeiende verdeling van de bewijslast ten nadele van de wederpartij wijzigt, hetzij doordat het een verklaring van haar bevat omtrent de deugdelijkheid van de haar verschuldigde prestatie, hetzij doordat het haar belast met het bewijs dat een tekortkoming van de gebruiker aan hem kan worden toegerekend;
L. dat ten nadele van de wederpartij afwijkt van artikel 37 van Boek 3, tenzij het betrekking heeft op de vorm van door de wederpartij af te leggen verklaringen of bepaalt dat de gebruiker het hem door de wederpartij opgegeven adres als zodanig mag blijven beschouwen totdat hem een nieuw adres is meegedeeld;
M. waarbij een wederpartij die bij het aangaan van de overeenkomst werkelijke woonplaats in een gemeente in Nederland heeft, woonplaats kiest anders dan voor het geval zij te eniger tijd geen bekende werkelijke woonplaats in die gemeente zal hebben, tenzij de overeenkomst betrekking heeft op een registergoed en woonplaats ten kantore van een notaris wordt gekozen;
N. dat voorziet in de beslechting van een geschil door een ander dan hetzij de rechter die volgens de wet bevoegd zou zijn, hetzij een of meer arbiters, tenzij het de wederpartij een termijn gunt van tenminste een maand nadat de gebruiker zich schriftelijk jegens haar op het beding heeft beroepen, om voor beslechting van het geschil door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen.
Terug naar boven

Grijze lijst (artikel 237 BW 6)

Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een in de Algemene Voorwaarden voorkomend beding:

A. dat de gebruiker een, gelet op de omstandigheden van het geval, ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn geeft om op een aanbod of een andere verklaring van de wederpartij te reageren;
B. dat de inhoud van de verplichtingen van de gebruiker wezenlijk beperkt ten opzichte van hetgeen de wederpartij, mede gelet op de wettelijke regels die op de overeenkomst betrekking hebben, zonder dat beding redelijkerwijs mocht verwachten;
C. dat de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden;
D. dat de gebruiker van zijn gebondenheid aan de overeenkomst bevrijdt of hem de bevoegdheid daartoe geeft anders dan op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat deze gebondenheid niet meer van hem kan worden gevergd;
E. dat de gebruiker een ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn voor de nakoming geeft;
F. dat de gebruiker of een derde geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding;
G. dat een de wederpartij volgens de wet toekomende bevoegdheid tot verrekening uitsluit of beperkt of de gebruiker een verdergaande bevoegdheid tot verrekening verleent dan hem volgens de wet toekomt;
H. dat als sanctie op bepaalde gedragingen van de wederpartij, nalaten daaronder begrepen, verval stelt van haar toekomende rechten of van de bevoegdheid bepaalde verweren te voeren, behoudens voor zover deze gedragingen het verval van die rechten of verweren rechtvaardigen;
I. dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de wederpartij in de nakoming van haar verbintenis is tekort geschoten, de wederpartij verplicht een geldsom te betalen, behoudens voor zover het betreft een redelijke vergoeding voor door de gebruiker geleden verlies of gederfde winst;
J. dat de wederpartij verplicht tot het sluiten van een overeenkomst met de gebruiker of met een derde, tenzij dit, mede gelet op het verband van die overeenkomst met de in dit artikel bedoelde overeenkomst, redelijkerwijze van de wederpartij kan worden gevergd;
K. dat voor een overeenkomst als bedoeld in artikel 236 onder j een duur bepaalt van meer dan een jaar, tenzij de wederpartij de bevoegdheid heeft de overeenkomst telkens na een jaar op te zeggen;
L. dat de wederpartij aan een opzegtermijn bindt die langer is dan drie maanden of langer dan de termijn waarop de gebruiker de overeenkomst kan opzeggen;
M. dat voor de geldigheid van een door de wederpartij te verrichten verklaring een strengere vorm dan het vereiste van een onderhandse akte stelt;
N. dat bepaalt dat een door de wederpartij verleende volmacht onherroepelijk is of niet eindigt door haar dood of ondercuratelestelling, tenzij de volmacht strekt tot levering van een registergoed.
Terug naar boven